Fout parkeren, cultureel erfgoed?


In 1959 had ik een vreemde ervaring toen ik als 20-jarige assistent-accountant het kasboek controleerde van een scheepswerf in Amsterdam-Noord. Geregeld kwam ik daar betalingen tegen van 100 gulden, contant afgedragen aan kapiteins van schepen die hun vaartuig voor een onderhoudsbeurt hadden binnengebracht bij deze werf in plaats van de concurrent. Nimmer stond daar een getekende kwitantie tegenover en de giften waren anoniem. Ik vroeg mijn baas, de accountant, of het omkopen van kapiteins door de beugel kon. Hij haalde zijn schouders op. Ik moest me er niet druk om maken, het was een oud-Hollandse gewoonte en of de kapitein nu bij deze of een andere werf kwam, hij kreeg bij allebei 100 gulden, niet meer en niet minder. En de fiscus accepteerde deze gewoonte, verzekerde hij, de werf droeg er belasting over af.
Sindsdien weet ik niet meer zo goed wat het begrip 'corruptie' in Nederland inhoudt en ik las daarom met veel interesse de resultaten van een Amerikaans onderzoek over het onderwerp.

In New York hoeven buitenlandse diplomaten geen parkeerboetes te betalen. Twee Amerikaanse wetenschappers hebben nu uitgezocht wie het meest misbruik maken van dit privilege. De diplomaten uit Kuwait haalden per stuk gemiddeld 246 overtredingen in 5 jaar tijd en voerden daarmee de lijst aan waarvan de eerste pakweg 50 plaatsen bezet werden door diplomaten uit Afrikaanse, Aziatische en Oost-Europese landen. De Europese landen (Nederland ook) leverden merendeels braverikken die nimmer fout parkeerden in die vijf jaar, alleen de Italiaanse, Franse, Spaanse en Portugeze diplomaten maakten zich er af en toe schuldig aan.
De onderzoekers Ray Fisman en Edward Miguel constateerden dat er een verrassend hoge correlatie bleek te zijn tussen de mate van corruptie in de diverse landen (volgens de internationale CPI index) en de neiging van hun diplomaten om in New York fout te parkeren.
Een leuke uitkomst: parkeergedrag van diplomaten als indicatie van de corruptie-graad van een land. Ik bekijk onderzoek altijd met twijfel en de lijst doornemend bekroop mij het gevoel dat het ook iets te maken kan hebben met punctualiteit. Wie altijd overal te laat komt loopt méér kans alle parkeerplaatsen bezet te vinden en dan maar fout te parkeren dan de vroege vogels. En zoals bekend neemt men het juist in Oosterse landen (en de Zuid-Europese) niet zo nauw met de tijd. "Jam karet" heet dat in Indonesië: tijd van elastiek.
Stelselmatig te laat komen zou dus net zo goed de culturele achtergrond van het foutparkeren kunnen zijn als het verband met corruptie die de Amerikanen er in zagen.

Maar eigenlijk vind ik hun interpretatie aardiger dan de mijne. Corruptie definieren zij als "the abuse of entrusted power for private gain" en het misbruik maken van de vrijbrief die een diplomaat heeft zou je daaronder kunnen laten vallen. Het curieuze van deze definitie van corruptie zit in het woord 'abuse'. De betreffende diplomaten hebben daar - vanuit hun cultuur - vermoedelijk een heel andere mening over. Wat zij doen is juist 'the use of entrusted power', het gebruik maken van de gekregen positie. Niks mis mee, toch?
Als je in New York overal je auto kan stallen zonder ooit een bekeuring te hoeven betalen zou je toch wel gek zijn als je dat niet tenminste 246 keer in 5 jaar deed? Het gemak dient de mens en je schaadt er toch niemand mee?
De Amerikaanse onderzoekers laten al in hun definitie van corruptie zien dat zij geen flauw benul hebben van de cultuur in oosterse landen, waar corruptie een gegeven is, vaak samenhangend met de plicht familie te helpen. Heb je een goede baan met macht? Zorg dan dat zoveeel mogelijk familieleden profiteren. Het conflict tussen de westerse en oosterse cultuur op dit punt was al het thema van Max Havelaar en zet zich nu voort in het parkeergedrag van diplomaten in New York. Misschien wordt het tijd voor westerse diplomaten om zich eens te verdiepen in die andere cultuur. Ook eens fout parkeren in New York zou een goed begin kunnen zijn. Waar blijft de eerste Hollandse diplomaat die het probeert? Het kost niks!

Deze column verscheen in het tijdschrift Archipel (2010-2).

Andere Columns: