(Over Indië) Peneleh

Ik hou van kerkhoven. Het mooiste dat ik ken ligt in de Plantentuin van Bogor. Wandelend tussen bomen die hier echt de hemel in groeien stuit je ineens op een kleine begraafplaats verscholen in een bamboebos. Hier liggen enkele notabelen uit het begin van de 19e eeuw, zoals de Gouverneur-generaal Eerens. Maar in het merendeel van de 40 witmarmeren graven liggen gewone mensen: in het kraambed overleden echtgenotes, jonggestorven kinderen, een verdwaalde Engelsman, een veelbelovend jurist. De dood was dichtbij in die tijd en kon je elk moment overvallen. "Ik heb Herman op de soos gemist vandaag. Waar was hij?" "Ach, heb je het niet gehoord?" Binnen enkele uren kon je er geweest zijn, en vervolgens razendsnel begraven. Het kleine kerkhof van Bogor getuigt ervan, de doden zijn merendeels jong. Maar na anderhalve eeuw kijken nog dagelijks de bezoekers van de Plantentuin naar de grafstenen en voelen een vreemde leegte. De bewoners van dit kerkhofje hebben de tijd verslagen.
 
Het lelijkste kerkhof dat ik ken ligt ook in Indonesië. Het is het Peneleh-kerkhof, in het hart van Surabaya.
Mooi is het nooit geweest. Willem Walraven schreef in de jaren dertig al over Peneleh: "Het is er gloeiend heet en het is er geheel boomloos. De graven liggen in het gelid want de doodgraver was bepaald een sergeant". In 1974 bezocht ik Surabaya, en besloot te kijken hoe Peneleh er bij lag. Inderdaad een kale bloedhete dodenakker. De zinken afdakjes boven de zerken gaven de doden nog wat koelte, maar wie hier lag kon alle hoop definitief laten varen.
 
 
Peneleh 1
Slapen op een grafzerk
 
Na de souvereiniteitsoverdracht had duidelijk niemand meer naar deze begraafplaats omgekeken: veel van de graven waren geheel of deels ingestort, hier en daar kon je door een spelonk naar beneden kijken. Ik fotografeerde de ruïne van het familiegraf Metselaar, een leuke beeldgrap vond ik dat. Ik was jong..
 
Peneleh 2
Opengebroken graf
 
Onlangs was ik opnieuw op Peneleh. Het inwonersaantal van Surabaya stijgt met de dag, geen wonder dat de omliggende kampongs de begraafplaats langzaam maar zeker annexeren. De Hollandse doden liggen er nog steeds onder hun bijna doorgeroeste afdakjes, maar op schuin aflopende zerken ligt nu vaak iemand een dutje te doen. Er lopen kippen en geiten rond, er hangen kleren te drogen, er wordt afval gedumpt. Wel zijn er nu bomen, verwilderd en willekeurig over het terrein verspreid. Eindelijk is er schaduw op Peneleh.
 
 
Peneleh 3
Kleren hangen te drogen
 
De hoogste dode is hier de Gouverneur-generaal Pieter Merkus die volgens zijn biografie in 1844 het raadselachtige besluit nam om voor zijn gezondheid van Bogor naar het bloedhete Surabaya te gaan. Hij overleed er prompt en ligt nu al 162 jaar op Peneleh. Hij draait zich vermoedelijk nog geregeld om in zijn door een hoog ijzeren hek omgeven graf. Ach, lag ik maar in Bogor! Op zijn grafsteen ligt een onderbroek, weggewaaid van een drooglijn.
 
 
Peneleh 4
Onderbroek op graf GG Merkus (foto: Th. Bakkenes, 2006)
 
Laat ik het maar ronduit zeggen: de staat waarin Peneleh verkeert is een schande.
Dat Indonesische overheden zich niet geroepen voelen om de koloniale begraafplaatsen te onderhouden is natuurlijk begrijpelijk. Maar wordt het niet eens tijd dat minister Bot, geboren in Batavia, zijn ambassade in Jakarta vraagt te inventariseren hoeveel Peneleh's er zijn en vervolgens de Indonesische regering aanbiedt ze te ruimen? Het zou een goede daad zijn.

Meer foto's zijn hier te zien.

Andere Columns: