Opkomst en ondergang van het begrip demotie



In de vorige eeuw waren twee organisatorische wetmatigheden vrij algemeen bekend. Ze hadden zowel een komisch als een ontnuchterend effect als je naar het bedrijf of de instelling keek waar je werkte en zag dat ze klopten.
Het eerste was de wet van Parkinson die (vrij vertaald) inhield dat een bureaucratische organisatie de neiging heeft steeds groter te worden zonder dat de productie toeneemt.
Het Peter's principle stelde: in een hiërarchie stijgt elke werknemer tot zijn niveau van incompetentie.
In combinatie met de wet van oud-minister Vredeling luidend 'elke vergadering heeft de neiging te duren tot de volgende maaltijd' ') gaf mij dat alle inzicht die ik nodig had om de bedrijven te begrijpen waar ik mijn werkend bestaan door bracht.
Vooral het Peter's principle hield me bezig. Naar de letter genomen betekende die dat in elk bedrijf elke functie, behalve de laagste bekleed werd door personen die incompetent voor die functie waren.
En dat klopte niet met de praktijk die ik waar nam. Natuurlijk zag je wel eens iemand mislukken in een wat te hoog gegrepen baan. Maar opvallend vaak deden mensen het wel goed in hun rol en toonden ze weinig tot geen verlangen naar promotie.
Mijn indruk was dat gebrek aan tomeloze ambitie een luxe was die de babyboomers als eerste generatie zich kon permitteren.
Als je bij een functie die je aan kon voldoende verdiende en met plezier werkte, waarom dan moeite doen voor een hogere functie die mogelijk alleen maar ellende opleverde? 
De vooroorlogse generatie is de laatste geweest waarbij van vader op zoon de opdracht gold: hogerop komen. Mijn grootvader was behanger met alleen lagere school, mijn vader had Mulo en werd boekhouder. Ik deed de HBS en kon nog een heel eind hoger op de ladder stijgen dan mijn vader als ik ging studeren. Maar ik vond een paar treden wel genoeg en was vermoedelijk één van de eerste werknemers in Nederland die in de jaren vijftig al bedong dat hij een dag korter werkte. Want dat verdiende genoeg en gaf me tijd voor mijn hobby: schrijven.
Als ooit de geschiedenis van de babyboomers-generatie geschreven wordt denk ik dat dat het verhaal wordt van een gelukkige generatie, de eerste die zelf z'n leven kon bepalen.


Vrijwillig een stap terug of degradatie?

Maar toch was er één hobbel die ook de babyboomers-generatie uiteindelijk niet kon nemen: het creëren en accepteren van de mogelijkheid om aan het eind van je loopbaan vrijwillig een stap terug te doen zonder dat dat door collega's en buitenwacht gezien werd als een gedwongen degradatie.
En het had zo mooi kunnen zijn als het begrip 'demotie' de betekenis had gekregen die aanvankelijk de bedoeling was: een mogelijkheid van ouder wordende staf- en directieleden om de laatste jaren van hun werkend bestaan te kiezen voor een minder zware functie.
In de Volkskrant van 23 maart 1979  komt de term voor het eerst voor in een Nederlandse krant. Het gaat daar over het Deense supermarkt-bedrijf FDB Brugsen dat er een gewoonte van gemaakt heeft alle mensen die tot het middenkader behoren eens per jaar op de afdeling personeelszaken te ontvangen. Zij worden dan officieel voor de keus gesteld: doorgaan of een stap terug. De werknemer beslist zelf.
Deze procedure was het gevolg van een intern onderzoek waaruit bleek dat meer dan twee derde van de bedrijfsleiders er wel een achteruitgang van 10% netto salaris voor over had om wat minder verantwoordelijkheid te hoeven dragen. Wie daar bij FDB Bruggen voor koos ging er overigens netto 20% op achteruit.
Bij de Unie BLHP, schrijft de Volkskrant, is men zich ervan bewust dat deze problematiek ook in Nederland gaat opduiken: Grote aantallen jongeren zijn minder carriëre belust. Zij hechten wel aan een redelijk inkomen. Zodra dat is bereikt hoeft het allemaal niet meer zo nodig. Een beetje plezierig leven is ook veel waard. Vakbondsman Henk Neuman ziet de mogelijkheid van demotie wel ooit onderdeel uitmaken van toekomstige cao's, maar dan altijd op vrijwillige basis. En zonder of met een minimum van financiële consequenties.


Hobbels op de weg

Maar pas 10 jaar later komt het onderwerp weer in de pers.
'In sommige bedrijven wordt er (weliswaar nog aarzelend) aan gedacht de oudere werknemers de hand te reiken als het er om gaat en stapje terug te doen',  meldt het Nieuwsblad van het Noorden op 3 december 1988.
En in 1990 houdt de sociaal-psycholoog A. Lengkeek een lezing op een congres dat de titel draagt 'Demotie, een positieve manier van carriere-afbouw'. Hij ziet nogal wat hobbels op de weg.
'We leven in een status-maatschappij' laat hij in De Telegraaf van 26 juni 1990 weten en 'De leiding durft het vaak niet aan om een goed gewaardeerde kracht op een zijspoor te zetten. Ze heeft immers zoveel aan hem te danken. (..) Dan wachten ze maar geduldig tot hij met pensioen gaat,
Maar voor het eerst duikt in de krant een voorbeeld op van een topmanager die zelf gekozen heeft voor demotie: Drs G. Vroom, directie-voorzitter van de Hema, heeft 2 jaar geleden afstand gedaan van zijn functie en is nu eigenaar van een Hema-filiaal. Werkte hij eerst 90 uur per week, nu nog slechts 55 uur. Thuis was ik altijd doodmoe. Ik begon steeds meer tegen mijn werk aan te hikken. Mijn vrouw wees me daar op: 'Joh, wat ben je eigenlijk aan het doen?' De stap terug viel hem wel zwaar, laat hij weten.
Er blijkt inmiddels zelfs een bedrijf te zijn dat demotie standaard in de bedrijfsvoering heeft ingevoerd. In datzelfde artikel in de Telegraaf van 26 juni 1990 vertelt ing J. C, Wijderde (55) dat hij vanaf volgende maand niet meer tot de directie behoort maar hoofd personeelszaken zal zijn. Dat is zo geregeld bij Heras Hekwerk, directeuren moeten op hun 55ste een stap terug doen. En in hetzelfde stuk laat L. Hortensius (62) uit Nijmegen weten gestopt te zijn met zijn directeurschap van de Zuid Ooster Autobusdiensten (1000 werknemers) en dat hij nu zijn werkzaam bestaan afbouwt bij een veel kleiner bedrijf.


Een positieve zaak

Het begint er zowaar op te lijken dat de angst om af te gaan en als degradant gezien te worden minder wordt  in bedrijven. Het besef lijkt te groeien dat bij het ouder worden de stress van een verantwoordelijke baan erg zwaar kan worden en dat dan ook vaak de lol uit zo'n functie verdwenen is. En dat het dus prima is als zo iemand een stapje terug wil doen.
In de jaren daarna volgen enkele krantenartikelen waarin steeds vastgesteld wordt dat demotie een goede zaak is en onderdeel moet worden van het ouderenbeleid.
Maar toch:
'Deze week op de radio een nieuw woord gehoord: demotie,' schrijft columniste Leonoor Meijer in Trouw van 20 april 1995. En laat in de rest van haar stuk zien dat ze niet goed begrijpt wat de bedoeling is.
Maar dit was dan de laatste keer in de 20ste eeuw dat in de Delpherse Couranten het woord demotie viel.
Zou het idee van demotie het gaan redden in de 21ste eeuw?
Ik dacht in 1996 van wel, toen ik (57 jaar oud) terugtrad uit de directie van de Weekbladpers om tot mijn pensioen een andere rol in het bedrijf te vervullen. Maar ik was de eerste én de laatste in het bedrijf die zo'n stap deed. En in die delen van het bedrijf waar men mij niet kende werd het ook onmiddellijk gezien als een gedwongen stap van de kennelijk dysfunctionerende Vervoort.
In de jaren daarna en vooral in de 21ste eeuw begon de managementstijl in Nederland sterk te veranderen, in die zin dat directies zichzelf steeds belangrijker vonden en hun salarissen en bonussen steeds hoger werden. De managementstijl werd Amerikaans.
In zo'n apenrots-gevecht is natuurlijk zelfs al het opperen van de gedachte aan terugtreden een teken van zwakte.


Middel om loonkosten te beperken

En nu, bijna 40 jaar nadat de term 'demotie' voor het eerst in een Nederlandse krant verscheen, is het ook geen term meer die gebruikt wordt voor topwerknemers die zelf besluiten het wat rustiger aan te willen doen. Nee, het maakt nu vooral onderdeel uit van werkgeversbeleid. Hans de Boer, voorzitter van de VNO-NCW stelde nog onomwonden in december 2014: "Om de Nederlandse economie verder op weg te helpen is het noodzakelijk dat werkgevers demotie kunnen toepassen."
De werkgevers durven het nog niet echt en de bonden liggen dwars, maar demotie wordt nu vooral gezien als een middel dat toegepast kan worden om oudere werknemers in een lagere loonschaal te krijgen, zodat de loonkosten beperkt worden.
Van leuk nieuw en zinnig 'stapje-terug'-idee voor overwerkte managers uit de babyboomers-generatie is de term demotie inmiddels afgezakt tot een eufemisme voor min of meer gedwongen degradatie. Het zal in de toekomst dus vooral door werkgevers gebruikt worden.  Waarvan akte.

') Deze 'wet' hoorde ik van Theo Bouwman, oud-directeur Weekbladpers Groep.Vredeling was commissaris bij de Weekbladpers.
 
(Dit artikel verscheen eerder in de opiniekrant Argus, 16 oktober 2018)

Terug