Cyrille Offermans - Een iets beschuttere plek misschien (2018)


Interessante beschouwingen over schrijven en kunst



Schrijver (en vooral essayist) Cyrille Offermans kreeg van zijn uitgeverij De Arbeiderspers het verzoek in het jaar 2017 het hele jaar door een kroniek bij te houden over alles wat hem dat jaar bezighield en inviel. Het zou een uitgave worden in de prestigieuze serie Privédomein. De titel Een iets beschuttere plek misschien ontleende hij aan het gedicht 'Voor wat het is' van Hans Tentije.


Mini-essays

Het werd een bundel van liefst 564 pagina's aan informatie en denkwerk. Wat er in de wereldpolitiek gebeurde in 2017 komt af en toe naar voren als het gaat om de verkiezing van Trump of de ellende in Syrië. Maar merendeels is een culturele actualiteit (tentoonstelling, lezing, boek, film) aanleiding voor een overpeinzing, herinnering of beide.
Voor een lang essay leent deze vorm zich niet, merkt Offermans in een februari-tekst op als hij zich afvraagt hoe hij verder wil met dit journaal, dat toch enigszins gekoppeld moet zijn aan de actualiteit. Voor zijn doen moeten het dus vrij korte teksten worden. Hij hoopt wel dat op de één of andere manier de stukken over de onderwerpen die zich aandienen toch verband met elkaar zullen hebben.

En dat is gelukt. Het zijn circa 150 mini-essays van gemiddeld 4 boekpagina's en alhoewel ze gaan over 150 verschillende onderwerpen is de verbindende factor de schrijver zelf.
Stuk voor stuk zijn het goed geschreven en interessante beschouwingen van een erudiet en gevoelig mens. Persoonlijke details schuwt hij, en zijn ook niet nodig als het - zoal meestal - gaat over schrijvers en kunst. Vrienden die hem ergens op wijzen of vergezellen naar een tentoonstelling of voorstelling of bijzondere plek worden alleen met hun voornaam aangeduid, om ze toch enige anonimiteit te geven maar tegelijk erkenning en dankbaarheid te tonen.


Bewonderende toon

Bij Offermans essayettes - als je ze zo mag noemen - over kunst en kunstenaars is de toon bijna altijd bewonderend, de uitleg to the point, en zijn de daarna volgende redenering en conclusies logisch maar zelden verrassend.
Hij schrijft eerder als een zeer belezen leraar (wat ook zijn vak was) voor zijn leerlingen dan dat hij de lezer verrast met een tegendraadse opvatting of een bijzonder inzicht zoals bijvoorbeeld Rudy Kousbroek dat graag deed.
Kwaad maakt hij zich maar zelden, al komt het wel voor. En dan gaat het natuurlijk over taalgebruik. Zoals in het stuk over de CDA-politicus die tot driemaal toe 'het parlement die' in plaats van 'dat' zegt.


Moderne clichés

Het mondt uit in een opsomming van moderne cliché's waar men bij Offermans niet mee aan moet komen: '(....)woorden en uitdrukkingen waar ik om uiteenlopende redenen allergisch op reageer: ervan afspatten, het cliché van de enthousiaste boekbespreking, het vertelplezier, het talent, het vakmanschap spat ervan af; het schuurt of het schuurt niet, eveneens geliefd in besprekingen; bij de lurven / de strot nemen of grijpen, idem; losgaan; een uitdaging; nu komt het wel heel dichtbij; een plekje geven; getriggerd; genereren; episch; iconisch; legende (van geromantiseerde beschrijving van een heiligenleven sinds kort vooral gebruikt voor de 'heilige' zelf); voor meer dan honderd, voor tweehonderd, driehonderd procent (door sporttrainers geëiste 'passie' en inzet); agendatechnisch (en andere combinaties met -technisch); cultuurgerelateerd (en andere combinaties met -gerelateerd); ingewikkeld; apart; een punt hebben; dat is (niet) haar ding; je ding doen; heftig; super; impact; insteek; woedend (als gewoon kwaad of verongelijkt wordt bedoeld); om heel eerlijk te zijn.'


Persoonlijke eigenaardigheden

Een enkele keer geeft Offermans een inkijkje in zijn persoonlijke eigenaardigheden. Zijn liefde voor wielrennen bijvoorbeeld, dat hij zelf beoefent:

'Sinds we in Sittard wonen, ruim twintig jaar inmiddels, heb ik mijn gêne voor de racefiets in fasen overwonnen. Het begon ermee dat ik het exemplaar van mijn broer leende, allez, probeer het eens, je zult zien dat je ineens vliegt - en ja, dat gevoel had ik inderdaad. Aanvankelijk fietste ik nog in gewone, sportieve kleding, een korte broek en een T-shirt. Ik heb een hekel aan die oude dikke mannen in te strakke lycrapakken die groepsgewijs de weg onveilig maken, daar wilde ik voor geen geld bij horen.
Liefst fiets ik alleen. (...) het gaat me op de fiets uitsluitend om het geluk van het fietsen: het ritme, de pedaaltred, het lege hoofd, de ideeënstroom. En de inspanning, als intrinsiek onderdeel van dat geluk: het beklimmen van een pittige helling en voelen dat je een paar honderd meter voor de top nog eens flink kunt aanzetten - om vervolgens loeihard omlaag te knallen, de wind in de oren te horen suizen, sneller dan een auto door de bocht te vliegen - en er dan natuurlijk niet uit te vliegen.'


Rantsoeneren

De mooiste stukken zijn die waarin de dood of het naderende einde van een bevriende en/of bewonderde kunstenaar aanleiding geeft tot herinneringen. Zoals de stukken over Jacq Vogelaar en Anton Quintana in de november-notities.

Bij alle complimenten die Een iets beschuttere plek misschien verdient, past ook een waarschuwing aan de lezer. Offermans pakt elk onderwerp aan met een grote hoeveelheid informatie en her en der verzamelde meningen. En dat kan bij het lezen van een groot aantal stukken ineens teveel van het goede worden, en daardoor later wellicht een reden het boek niet meer op te pakken. Dat zou zonde zijn. Daarom: rantsoeneer het lezen van deze bundel!

 


(Deze recensie verscheen eerder op de ssite van Literair Nederland, 21 december 2018)

Terug