Darwin & Co

Al zappend beland ik wel eens in een dierenfilm. Te land, ter zee, in de lucht, overal zijn dieren. Ze worden gretig en met grote liefde gefilmd. En keer op keer trap ik er in.
Het begint altijd heel rustig. Het leventje van de familie Das in de dassenburcht. Het jonge hertje dat z'n eerste stapjes doet. De bijzondere manier waarop de Rasta-tor zijn kroost leert vliegen.
Je zit erbij en je kijkt ernaar met een mengeling van vertedering en nieuwsgierigheid. Toch leuk om zo vaderlijk door de commentator ingewijd te worden in de geheimen van het dierenrijk. Rustgevender kan het bijna niet. En als je zo in slaap gesust bent volgt de klap. Er komt een hyena in beeld, een poema, een leeuw, een haai of voor het kleinere dierenvolk een lagere killer van de natuur: de slang, de spin, de piranha.
En in de kortste keren verdwijnt het dier of diertje waar je dankzij de voorgaande beelden aan gehecht geraakt bent tussen de kaken van het roofvolk. Niks meer leuk rondscharrelen volgens genetisch overgedragen gedragspatronen, het is hap slik en weg.
Zo zit de natuur in elkaar, dat weet ik ook wel. Heden mosselen, morgen gij. Wie kent dat gezegde niet. Maar ik heb lang niet altijd zin om te kijken naar dieren die elkaar afmaken. Want leuk is anders.
Zijn er dan geen geweldloze natuurfilms? Natuurlijk wel. Alleen, je weet nooit vantevoren wat je te wachten staat als je aan zo'n documentaire begint. Bij films over mensen is dat opgelost door ze te benoemen: als er 'actiefilm' bij staat, of drama of science fiction weet je dat er bloed kan vloeien en als je daar geen zin in hebt kies je voor komedie of romantiek. Zo'n uitgebreide indeling hoeft bij natuurfilms niet, een tweedeling is zat. Ik wil pleiten voor een apart logo bij die films waar de dieren elkaar in leven laten en je kan kijken zonder voortdurend beducht te zijn voor een hap-slik-en-weg-einde van het onderwerp. Ik wil een logo voor vegetarische natuurfilms!
Als ik minister word, en waarom zou dat niet kunnen, dan ga ik hier toch eens een ballonnetje over op laten. Er zijn de laatste tijd heel wat minder zinnige ideetjes gelanceerd.

En nu ik het toch over dieren heb: ik begin langzamerhand het gevoel te krijgen dat er iets mis is met de evolutie-theorie.
Sommige theorieen zijn zo mooi en verhelderend dat ze de definitieve verklaring lijken te geven voor de verschijnselen die ze beschrijven. Bij Freud had ik dat gevoel toen ik voor het eerst las over het id, het ego, het superego.
Maar ook Darwins evolutie-theorie is een wonder van eenvoud en verklaringskracht. Alles wat wij om ons heen zien is het gevolg van toevallige mutaties die levensvatbaar bleken. Prachtig. Daarmee was alles verklaard en God voortaan overbodig.
Decennia lang heb ik aangenaam geleefd met dit mooie en glasheldere evolutie-geloof. Maar een paar jaar geleden begonnen er barsten in te ontstaan.
Op vakantie in Drenthe zag ik meeuwen zwermen boven een ven. Kennelijk zwommen daar vissen in. Maar hoe komen er vissen in een water dat geen verbinding heeft met rivieren?
O, dat is heel eenvoudig werd mij uitgelegd. Vogels pikken een vis op uit een rivier en als ze daarmee wegvliegen wil het een vis wel eens lukken zich los te spartelen. En als er dan één in zo'n ven valt is er vanaf dat moment leven in dat dode water. En als het een paar maanden later nog eens gebeurt heb je een vissengezinnetje. Een echt Darwiniaanse verklaring. Het kan een miljoen jaren duren, maar ooit zijn er twee vissen tegelijk in zo'n ven. En dan kan het vermenigvuldigen beginnen.
Eenmaal thuis van vakantie bekroop de twijfel me. Als dit de manier is waarop vennen aan hun vis komen, dan zou het hele omliggende bos vol moeten liggen met de karkassen van vissen die in dat miljoen jaar pech hadden en naast het ven vielen. En alhoewel je in de Drentse bossen veel schelpenpaden ziet, een bodembedekkend tapijt van vissengeraamtes was er niet. Dat gaf de eerste barst in mijn Darwin-geloof, maar er volgden er meer. Kijkend naar een natuurfilm zag ik een keer een spin die op een absurde manier zijn kostje bij elkaar scharrelde.
Hij had geen web, hij deed het totaal anders. Hij scheidde een geur af die een bepaald soort insecten lokte. En als ze aan kwamen vliegen dan slingerde hij een elastische draad naar ze toe. Aan het eind van die draad zat een kleefbolletje. Als het insect geraakt werd plakte hij vast aan het kleefbolletje en werd vervolgens door de spin binnengehaald. En die deed dan wat spinnen met hun prooi doen.
Ik zat te kijken naar deze manier van leven en dacht: dit kan geen Darwiniaans toeval meer zijn. Het is denkbaar dat ooit een spin een draadje over had en er uit verveling mee is gaan lasso-en. Maar voordat het toeval daar ooit een kleefbolletje aan geëvolueerd zou hebben zou deze spinnentak toch allang van honger omgekomen zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de miljoenen jaren die nodig zouden zijn om hem ook nog die geur te laten afgeven die de prooi aantrok. Zo'n ingewikkelde manier van een prooi vangen kan niet evolutionair ontstaan zijn, die moet in één keer zijn bedacht en uitgevoerd. Door een gek, dat wel.
Het definitieve bewijs dat de evolutie-theorie niet klopt overviel me deze zomer. Het was warm en vochtig weer en de muskiet vond mij moeiteloos. Hij zoemde om mij heen en toen werd het stil. Hij was mijn bloed aan het opzuigen. Ik vind dat niet zo'n probleem, je voelt er niks van en mijn bloeddruk is toch een beetje te hoog. Meestal hoor ik de muskiet na enige tijd boerend en lallend wegvliegen maar deze avond had ik alleen koffie gedronken. Ik was dan ook wat beweeglijker dan anders, en de muskiet moest een paar keer loslaten en weer opnieuw om mij heen cirkelen voor een nieuwe dunhuidige plek. Telkens hoorde ik dat zeurende geluid dichterbij komen en na enige tijd wist ik ook precies waar hij ging landen. Ik gaf mezelf een stevige klap op die plek en de wereld telde één muskiet minder.
Maar met die klap sloeg ik ook mijn geloof in Darwin aan diggelen. Want waarom zouden muskieten geluid maken en daardoor hun slachtoffers waarschuwen? Als er ooit één logische natuurlijke selectie zou plaatsvinden dan waren muskieten natuurlijk net zo stil als de nacht waarin zij hun prooi zoeken.
Weg Darwin dus. Maar wat dan? Het zal toch verdikkeme niet waar zijn dat God de wereld schiep in zeven dagen? En dat ik in de hel kom als ik niet oppassend leef?
Onlangs verscheen een bundel van de filosoof Jaap van Heerden, met de titel Als 2+2 = 5 dan 4+4=10.
Daar zit wat in.
Ik denk dat ik het hem maar eens ga vragen.

(Voorgelezen in De Avonden op 1 Oktober 2002, te beluisteren via deze link. De column start 19.30 minuten na het begin van de uitzending)

Lees verder...

Andere Columns: