Cuisine-taal

Ik ben verslaafd aan voedsel. Zeker éénmaal per dag heb ik een maaltijd nodig om niet van slapte om te vallen en - laat ik eerlijk zijn - soms wel twee- of driemaal! Een slechte gewoonte, dacht ik eerst, daar kom ik wel weer vanaf. Maar langzamerhand moet ik toegeven: ik kan niet meer zonder eten.

Schrijver Maarten 't Hart, die er kennelijk ook last van had, heeft een tijd geleden een kookboek geschreven met als voornaamste advies dat je onsmakelijke gerechten moest maken, waardoor de lust tot eten je wel zou vergaan.

Sindsdien is een afbeelding van de schrijver voor mij al genoeg om het hongergevoel kwijt te raken, maar lang kan ik niet naar hem kijken. Dus heb ik, inmiddels op de leeftijd der wijzen gekomen, besloten met mijn zwakte te leven en gewoon door te gaan met het nuttigen van voedsel. Ik koos wel voor een andere oplossing dan die van 't Hart: ik wil lekker eten!

En er is geen kookkunst die daartoe meer mogelijkheden biedt dan de Aziatische. De arrogante Franse liflafkeuken, de Engelse pies, de koude smörrebröd-happen uit de Scandinavische hoek, ik geef ze graag cadeau voor wat de Aziatische keuken biedt. Maar de grote vraag is altijd: wat te bestellen?

Mijn kennis van het Maleis komt goed van pas in Indonesië en Maleisië, maar in Thailand - Bibberland voor de winter ontvlucht - kom ik toch vaak voor problemen te staan. In het foodcourt van het shopping centre in Chiang Mai (ach, wat een heerlijk klimaat heeft dit oude plaatsje!) lopen mijn vrouw en ik radeloos langs alle stalletjes die zich daar gevestigd hebben en hun specialiteiten ter plekke voor je klaar willen maken. Een kleine 100 superkoks en kokkinnen die je vragend aankijken: wat wil je hebben?

Boven de toonbank waarop zij het resultaat van hun toverkunst straks voor je zullen neerzetten, hangt hun kleine menu. Bijvoorbeeld:


เนื้อผัดกับลูกพีช

เนื้อผัดกะเพรา

เนื้อผัดพริกไทยอ่อน

ผัดเผ็ดเห็ดฟางเนื้อ


Alleen al de Thaise letters maken een gerecht ongelooflijk lekker, maar willekeurig één van de vier aanwijzen doe je toch niet zo gauw. Gelukkig hebben ze ook in Thailand Google-vertaal ontdekt en bij elk van deze recepten staat wat het letterlijk betekent:


Fried beef with peaches.
Beef with basil.
Fried beef with green peppers.
Mushroom fried spicy beef.


En gek genoeg is dan ineens het magische eraf. Gebakken vlees met perzik? Vlees met basicilum? Niks bijzonders. En zo rennen mijn vrouw en ik alle stalletjes af op zoek naar die éne Engelse vertaling die aangeeft hoe lekker het in het Thais smaakt. Maar Google-vertalingen zijn helaas smakeloos.

Uiteindelijk wijs je bij stal 23 maar iets aan. Nummer drie: hot en sour beef. En dan zie je het wonder voor je ogen gebeuren: een beetje van dit, een beetje van dat, een lepeltje zus en een handjevol zo. In de wok, uit de wok, weer in de wok. Na vijf minuten zet de kok een bord geurig voedsel voor je neus en neemt met een buiging 40 Baht in ontvangst (ongeveer 1 euro). En na de eerste hap besef je: de Thaise menukaart zal altijd een groot raadsel blijven. Maar wát je ook aanwijst, het resultaat is altijd hetzelfde: godenspijs!


Deze column verscheen in het tijdschrift East (2013-1)

Andere Columns: