Schransen voor de wereldvrede


Als jongen zag ik in het bioscoopjournaal een dikke man plaatsnemen op een
grote hangweegschaal. De Aga Khan (1877 - 1957), leider van de Shia Ismaili Moslims in India en omstreken, kreeg jaarlijks van zijn volgelingen zijn gewicht in goud uitgekeerd. Genoeg redenen om niet aan de lijn te doen, zag ik op het scherm. Wat een dikzak!
Dankzij de internet-zoekmachine weet ik nu dat mijn herinnering maar
ten dele klopt. Hij kreeg alleen bij troon-jubilea dat cadeau, successievelijk in goud, diamanten en platina. En het werd uitsluitend gebruikt voor goede doelen, zegt Wikipedia. Hm, die peperdure renstal in Engeland moest hij toch ergens van betalen?
De herinnering aan Aga Khan zette me aan het denken over dikte in Azië.
Waren er veel dikzakken in dat deel van de wereld?
Een enkele maar, volgens mij. Koning Faroek van Egypte (1920-1965) at zich op zijn 45ste dood. Sultan Pakoe Boewono X van Soerakarta (1866 - 1939) groeide van een slanke, wat sinistere jongeman uit tot een volgepropte hansworst. En laten we Buddha niet vergeten, al schijnt zijn bolle buik historisch niet juist te zijn.
Onder het gewone Aziatische volk kwam obesitas niet of nauwelijks voor. Maar daar komt verandering in, nu de Aziatische landen welvarender worden.
In Indonesië viel me een jaar of tien geleden al op op dat er dikke militairen rondliepen. Generaal Nasution (1918 - 2000) had daar wel een stokje voor gestoken als hij niet even daarvoor was overleden.
Nu, in 2012 is obesitas sterk in opkomst in heel Azië.
Niet alleen de toenemende welvaart is daar de oorzaak van, ook de trek van platteland naar steden speelt daarin mee. Want in de stad zit men op elkaar gepropt en beweegt men minder.
De fastfoodketens die vanuit Amerika overwaaiden en in Azië vaak gezien worden als de plek voor een luxueuze tractatie werken natuurlijk ook mee aan de Aziatische verdikking. In Jogya zag ik een Javaans gezin uit de McDonalds komen met een air van verrukking: eindelijk geproefd van de Godenspijs uit Amerika. Ze hadden hun tengere omaatje meegenomen, die ontroerd aan de arm van haar zoon liep.
Deskundigen voorspellen een explosie van hart- en vaatziekten en suikerziekte in het Azië van 2030. Nu loopt dit werelddeel nog royaal achter bij Amerika en Europa, maar intussen hebben wetenschappers vastgesteld dat Aziaten, vanwege hun andere lichaamsbouw sneller overgewicht hebben. De Body Mass Index (BMI) voor Aziaten geeft al bij een score van 27 ernstig overgewicht aan, terwijl dat bij het blanke ras 30 is.
De achterstand op het westen zal dus snel worden ingehaald.

Toch, het klinkt misschien raar, heeft obesitas ook zijn positieve kanten.
De Amerikaanse zender CBS meldde onlangs: 'A new report says most young Americans are too fat to fight in the military.'
En dan denk ik: dat is onverwacht goed nieuws! Zouden we dan eigenlijk niet blij moeten zijn met de toename van obesitas in de hele wereld? En zouden we het bereiken van overgewicht dan niet moeten stimuleren in plaats van het tegen te gaan? Als de legers van Amerika, Europa, Azië en Afrika geen soldaten meer kunnen vinden omdat iedereen te dik is, stopt het oorlog voeren vanzelf. Eindelijk!
En dan kunnen de McDonalds en de Burger Kings en al die andere ten onrechte verfoeide fastfoodketens geëerd worden als brengers van de Wereldvrede. Bon appétit!


Deze column verscheen in het tijdschrift East (2012-4)



Andere Columns: