Bij de directie

Nooit gedacht dat ik zo boos kon worden. Ik reikte over het bureau heen, greep hem met beide handen bij de nek en kneep zijn strot dicht. Na de eerste verbijstering probeerde hij zich te verzetten. Hij was groter dan ik en ging er prat op dat hij dagelijks jogde en een goede conditie had. Maar ik had lange armen en grote pianohanden. Het zware directie-bureau tussen ons hielp, want met duwen en trappen bereikte hij niets. Hij probeerde mijn nek te pakken en dat lukte tenslotte ook. Maar toen had ik al een groot aantal seconden voorsprong. We keken elkaar met uitpuilende ogen aan terwijl de tijd stil stond en tegelijk verstreek. Wie zou het winnen?
Ik twijfelde niet en voelde hem verslappen. Maar ik liet pas los toen hij bewusteloos raakte. En ik keek naar hem. Dat moment kan ik niet goed beschrijven. Wat mij betreft mocht hij dood zijn, de ellending, die zoveel mensen pijn had gedaan. Maar moorden wilde ik ook niet echt, hij was toch niet meer dan een kantoor-baas.

Het was stil en ik keek gespannen naar hem. Toen begon hij weer adem te halen, gierend eerst en later met een hees bijgeluid.
Hij opende zijn ogen, bloeddoorlopen, en maakte bange gebaren met zijn handen. 'Chgg' liet hij horen.
Het zou met hem verder wel in orde komen.
Arrogantie en onkunde is een dodelijke combinatie als je een bedrijf wilt leiden', hoorde ik mezelf zeggen, 'kijk daarmee uit.'
'Chahoem. Ochee.' gorgelde hij terug. Ik verliet de kamer en buiten, in de gang, gaf ik met volle overgave mijn maaginhoud terug.
Ik was een kantoorman, geen bully. Maar hij had de grens overschreden van wat je pikt.

Andere Columns: