(Over Indië) Baboe ketjap

Baboe ketjap

Ik heb geen talenknobbel en van de taal van mijn jeugd heb ik nog maar een paar honderd woorden over, die moeizaam aan de oppervlakte komen als ik het land van mijn jeugd bezoek.
Toch is die taal me dierbaar en ik voel mij zelfs een beetje bewaker van de manier waarop men in Nederland met "mijn" Maleis omgaat.
"Daar zullen de ministers nog wel een tijdje met elkaar over soebatten", hoorde ik laatst een TV-verslaggever zeggen en die fout heb ik sindsdien meermalen gehoord. Soebatten als synoniem van steggelen inplaats van bidden en smeken. Heren, heren, kan dat afgelopen zijn?
Ik waarschuw maar één keer.

"Lékkas, lékkas" (snel, snel) riep onlangs met de klemtoon op de eerste lettergreep een radio-stem in een documentaire over Indië. "Lekás" brul ik dan automatisch terug en zaag mijn echtgenote tot ver na bedtijd door over slonzige documentairemakers.
Maar ook in eigen kring wordt gezondigd. "Zeelamat Makan", las mijn indische zoon onlangs peinzend voor, "wat betekent dat?"
Indisch eten is populair en leidt dus tot vele mis-uitspraken. De leukste verbastering hoorde ik van Peter van Zonneveld, die op de vraag naar zijn favoriete gerecht, een blozende Hollander hoorde verklaren: "baboe ketjap!".

Zelf ben ik een keer door Rob Nieuwenhuys aangesproken over een verkeerde uitspraak. Hij was bezig met een verzamelbundel waar tot mijn grote vreugde ook een verhaal van mij in opgenomen zou worden. "Hans", zei hij door de telefoon, "ik zit je verhaal nog eens te lezen en ik struikel steeds over de naam van de straat die je er in noemt. De Bessieweg in Makassar. Ik ken Makassar niet, maar Bessieweg, weet je dat wel zeker?"
"Ja, Bessieweg nummer 10, daar woonden wij."
"Maar moet dat niet besí zijn? Besi, dat betekent ijzer. De ijzerweg."

Ik ging door de grond. Natuurlijk had Nieuwenhuys gelijk, Bessieweg sloeg nergens op. Die foute uitspraak had ik vast en zeker van mijn moeder overgenomen. Zij kwam op haar 23ste uit Holland naar Ned-Indie en met al haar goede kwaliteiten had ze één gebrek: ze wilde zich niet beter voordoen dan ze was. Omdat ze alleen lager onderwijs had genoten leek het haar aanstellerig en aanmatigend vreemde klanken te gebruiken bij het spreken van een andere taal en haar Maleis klonk dus Nederlands: nassie choreng, choedang.
En natuurlijk zou zij Jalan Besi vertalen als Bessieweg. Verdikkeme. Al mijn moeders taalfouten had ik bij mezelf gecorrigeerd, maar de Bessieweg was er door geglipt.

Ik gaf Rob Nieuwenhuys toestemming om de straatnaam te veranderen en bedankte hem voor zijn opmerkzaamheid. En toen ik het verhaal vorig jaar opnam in mijn boek Kind van de Oost, veranderde ik Bessieweg ook in Besiweg. Enkele maanden later kreeg ik bezoek op mijn website van iemand die net als ik in Makassar gewoond had. Waar dan wel?
"Op de Bessieweg", schreef ze terug, "nummer 46". Haar moeder was Indisch, zij was Indisch, ze had er tot haar elfde jaar gewoond. Als zij het niet wist, wie dan wel? Toch Bessieweg, dus.
Als er ooit een herdruk van mijn boekje komt, ik zweer het, dan rehabiliteer ik mijn moeder.


Andere Columns: