Uit de verte

Op 2 oktober 1974, tijdens een verblijf van drie maanden op Java, gooide ik in de tuin van ons hotel het verzwaarde eind van een antennedraad over de laagste tak van een boom. Vervolgens maakte ik het andere eind met een krokodillenbek-knijper vast aan de 5 kilo zware wereldradio die we bij ons hadden. En verdomd, even later hoorde ik Dick van Rijn per Wereldomroep de Europacup 3 voetbalwedstrijd Ajax-Stoke City verslaan. Zijn stem viel geregeld weg en ondanks mijn getier vergat hij steeds de stand te noemen. Maar op 12.000 kilometer afstand was ik toch weer even thuis in Amsterdam. Reizen was in die tijd echt wegwezen en je moest er heel wat moeite voor doen om af en toe contact met thuis te hebben. En als je terug kwam hingen de mensen aan je lippen. Je was onbereikbaar ver geweest.
Verblijf in den vreemde en heimwee horen bij elkaar en ervaren reizigers die weten dat ze lang onderweg zullen zijn, zorgen er dan ook altijd voor iets mee te nemen dat helpt als het verlangen naar huis toeslaat. Een boek, een brief, een foto. Veel meer kon het in 1974 niet zijn en de zware wereldradio die wij bij ons hadden was eigenlijk ver over de grens van het verdedigbare. Maar ja, een wedstrijd van Ajax missen, dat was in die glorietijd van de club toch te gortig.
 
Het is sinds 1974 steeds makkelijker geworden om op reis te gaan en toch de dingen van thuis niet te missen. Alles is kleiner en vervoerbaarder geworden en de verleiding wordt steeds groter om zoveel mee te nemen dat je al reizend eigenlijk hetzelfde leven blijft leiden. Je reist en je dagelijkse bestaan reist mee.
Hoe ver dat tegenwoordig kan gaan merkte ik onlangs toen mijn vrouw en ik enkele maanden doorbrachten in Zuid-Spanje. Natuurlijk had ik mijn laptop bij me om te kunnen e-mailen en waar mogelijk draadloos te internetten. Zo viel er geen enkel hiaat in de contacten die ik gewend was te onderhouden. Af en toe belden we per mobiele telefoon onze buurvrouw, om te vragen of de auto nog heelhuids voor de deur stond. Ze klonk dan alsof we naast haar stonden. Om te voorkomen dat we ons 's avonds zouden vervelen had ik bij voorbaat alle sitcoms en series die we volgden van internet geplukt en op dvd's gebrand. Natuurlijk alleen de afleveringen van de weken dat we in Spanje zaten. Dan konden we bij terugkeer de draad zonder moeite weer oppakken. Slim bedacht, vond iedereen die ik erover vertelde. En uiteraard speelden we mijn downloads via een S-video scart-kabel af op de tv die in ons appartement stond.
Dankzij een goede satellietschotel liet die tv behalve 20 Spaanse zenders ook veel buitenlandse zien, waaronder twee Nederlandse. Zo konden we gewoon doorgaan met ons gemopper over de toenemende verWildersing van Nederland, zoals we die zagen in de actualiteitenrubrieken op de tv. "Al die hypes, al dat geleuter, ik wil hier weg", hoorde ik mezelf midden in de verkiezingsstrijd roepen.
En plotseling realiseerde ik me dat dat nergens op sloeg. We waren immers in Spanje, we waren al weg. Maar dankzij de moderne technieken waren we eigenlijk nooit vertrokken.
Reizen is ook al niet meer wat het was.
Deze column verscheen in het tijdschrift Archipel (voorjaar 2007)

Andere Columns: