PC

Ik heb nog de tijd meegemaakt van schrijfmachines. Technisch geheel uitontwikkelde apparaten, die moeiteloos 25 jaar meegingen als je niet al te hard op de toetsen timmerde en niet al te vaak 2 toetsen tegelijk aansloeg. Op kantoor kwam elk kwartaal een onderhoudsmonteur langs die de schrijfmachines met spiritus schoonmaakte en licht in-oliede. Heel soms werd een weggesleten letter vervangen. En dan kon je weer verder.
De 'personal computer' was een doorbraak, ik geef het grif toe. Je kon met het grootste gemak teksten vervangen of verbeteren, je hoefde een concept niet eindeloos over te tikken, je printte het resultaat pas als je er geheel mee klaar was. Vooruitgang! Maar wat mij al meteen opviel: onderhoud zat niet in het pakket. De PC is het eerste wegwerp-apparaat met de aanschafprijs van een gemiddeld netto maandinkomen. Een milestone in de marketing-wereld. Doet de muis van je Mac het na 3 jaar niet meer, dan wil een intensieve zoektocht op Internet nog wel eens een adresje opleveren waar zo'n gedateerd onderdeel nog te krijgen is. En als de accu van je portable het begeeft kun je het geluk hebben dat de importeur een reserve-exemplaar in depot heeft, 100 km verderop. Maar dat bij de verkoop van zo'n duur apparaat enige nazorg erbij hoort, dat is een verouderd principe.
Het gaat nog verder: bij gelijk blijvende gebruiksbehoefte dwingen de soft- en hardware-fabrikanten je om elke 3 of 4 jaar een nieuwe computer te kopen.
Meer dan wat teksten maken heb ik nooit gewild en dat heb ik gemeen met veel beroepsgroepen en particulieren. Toen ik in 1987 aan de computer ging kon ik het af met een PC zonder harde schijf. Ik had een floppy disk met Wordperfect 4.2 en op die floppy was nog ruimte in overvloed om de teksten op te slaan waar ik mee bezig was. Maar al na enkele jaren kwam ik in problemen. Op kantoor werd inmiddels Wordperfect 5.1 gebruikt en daarvoor was een PC met een harde schijf nodig. Want voor het schrijven van teksten was inmiddels veel meer geheugen nodig dan vroeger. En omdat ik zowel thuis als op kantoor aan dezelfde teksten werkte zat er niets anders op dan voor thuis een nieuwe PC te kopen met heel veel geheugen en supersnel. Maar hoezo supersnel? De letters die ik tikte verschenen net zo snel op het scherm als in de oude geheugen-arme versie. Weer een paar jaar later werd Windows 95 ingevoerd en opnieuw moest ik mijn apparatuur vernieuwen. Het resultaat van al die investeringen is dat ik als vanouds teksten maak en print, maar dat mijn PC daar steeds meer geheugenruimte voor nodig heeft.

Wat is nu het merkwaardige van dit verhaal? Technische ontwikkelingen horen zo te gaan dat het steeds makkelijker en goedkoper wordt om je behoeften te bevredigen en dat de apparaten steeds efficiënter werken. Maar in de computer-business gebeurt het omgekeerde, althans voor de eenvoudige tekstschrijver.
Iemand moet dit eens aan de kaak stellen en ik mag aannemen dat dit blad niet voor niets PC heet.

(Propria Cures, januari 2000)

Andere Columns: