Het Bedrijf. Deel 1 - Opwinding

(Fragment) Satire!

Na het succes van Zoishettoevalligooknogeenseenkeer van 1963 tot 1966 was er geen satirisch programma meer op de tv geweest. Toen Hans een uitnodiging kreeg om lid te worden van het team dat een nieuw satirisch programma voor de VPRO zou maken sloeg de schrik hem om het hart. Het was 1970 en hij had sinds enkele maanden geregeld hartkloppingen, pijn op de borst en ademnood. Er was iets mis, maar hij wist niet wat en de huisarts had niets gevonden. Het werd tijd voor drastische maatregelen. Het was zomer en met Maja logeerde hij bij Rogier Proper en zijn vrouw in hun huisje in het Belgische Huy. Hun verwilderde tuin bracht Hans op een idee: hij zou als een razende in die tuin gaan werken en alle onkruid verwijderen. Als zijn hart dat hield was er niets aan de hand en moest hij gewoon leren leven met wat dan kennelijk pseudo-hartaanvallen waren. Het was een mooie zomer en dagelijks werkte hij zich in het zweet en liet zijn hartslag oplopen tot mitrailleursnelheid.
Er gebeurde niets.
"Wat heb je nou gedaan?" vroeg Rogier aan het slot van zo'n inspannende werkdag. Hij was een kleine jongeman met een royale bos donker krulhaar, een uilenbril en een snor en sikje die zijn opvallend wulpse lippen aan het oog probeerden te onttrekken. Hij straalde een constante stroom scepsis uit.
"Ik heb enkele tientallen meters brandnetel weggehaald," zei Hans trots. Goed dat hij eraan gedacht had handschoenen aan te trekken. Hij wees naar de nu lege plek grond.
"Maar mijn wiet stond er tussen!" riep Rogier. Hans had geen idee hoe die plant eruitzag en had het hele veldje leeggehaald.
Gelukkig had Rogier er toch al nooit op gerekend  dat zijn oogst zou slagen. Ook hij was gevraagd voor het satireprogramma, maar hij behoorde tot de generatie die ervan uitging dat zij alles konden wat ze wilden. Wim Noordhoek, een andere redacteur met wie hij in Propria Cures had gezeten, was ook zo'n zondagskind. Hans sloeg hen altijd met enige jaloezie gade: ze gingen radio maken en in bladen schrijven zonder enig idee te hebben hoe dat moest. Ze begonnen gewoon. Wat had de naoorlogse generatie het toch makkelijk! Toch scheelde hij maar vier jaar met hen, beiden geboren in 1943.
"Moeten wij niet tevoren wat brainstormen over dat programma?" vroeg hij Rogier.
"Ja, goed idee," zei die plichtmatig, maar maakte nimmer aanstalten.
En zo stonden ze op een dag om een uur of 12 in een Hilversumse villa en meldden zich. Rinus Ferdinandusse en Hugo Brandt Corstius, de twee andere leden van het team waren er al en knikten de jonge nieuwkomers vriendelijk toe. In de ruimte stonden houten tafels met schrijfmachines erop. Bij de deur lag op een tafel een grote stapel kranten.
Terwijl het viertal stond te bedenken of zij een conversatie zouden beginnen kwam Jan Blokker binnen. Hij schudde Rogier en Hans kort de hand en wendde zich daarna met zachte stem tot Rinus en Hugo. Waar ze het over hadden was door Hans en Rogier niet te verstaan.
Blokkers gezicht was door onervaren handen geboetseerd, met bulten op de verkeerde plekken. Het scheen hem niet te deren, al keken zijn ogen niet helemaal op hun gemak naar buiten. 'Mister VPRO' werd hij in de kranten genoemd, hij was aangetrokken om de ingeslapen omroep wakker te schudden en had het initiatief genomen om te kijken of er nog satire mogelijk was. Met Rinus en Hugo had hij gewerkt in het Zoishet-team en kennelijk had hij Hans en Rogier uitgenodigd als vertegenwoordigers van de jonge garde.
Na enkele minuten vertrok hij uit het zaaltje. Rinus en Hugo pakten enkele kranten van de stapel en kozen een tafel uit. Waar Rinus zat klonk vervolgens geneurie, af en toe onderbroken door een zacht kakelend gelach. Hugo was stil.
"Wat is de bedoeling?" vroeg Hans in het wilde weg, maar niemand gaf antwoord.
Ook Rogier had zich een krant toegeëigend en zat die met smaak te lezen. Hans concludeerde dat het kennelijk de bedoeling was dat zij uit de kranten materiaal zouden opdiepen voor hun satire.
Ook hij pakte een dagblad. De tijd verstreek. Af en toe kwam Blokker binnen, converseerde op zachte toon met Rinus en Hugo en vertrok dan weer. De twee nieuwkomers negeerde hij compleet. Af en toe klonk een schrijfmachine, meestal die van Rinus. Rogier ging geheel op in het lezen.
Hans begon te piekeren. Hij overwoog een grapje uit te werken over een democratische manier om de Nederlandse vlag opnieuw te ontwerpen: per enquête. Als je zou vragen welke van de drie kleuren het publiek prefereerde en 60% koos rood, 15% wit en 25% blauw, dan zou de breedte van de banen aangepast moeten worden aan deze percentages. Het zou gebracht kunnen worden als een nieuwsbericht: hier is de nieuwe vlag, gebaseerd op enquêteresultaten. Maar zou dat leuk zijn? Rogier, aan wie hij het idee bijna fluisterend uitlegde, haalde er zijn schouders over op en Hans gooide het in gedachten in de prullenmand. Dan nog maar eens de krant gepakt. Hij las het verslag van een bijeenkomst van Molukkers die hun president ir. Manusama onder druk zetten om nu eindelijk eens wat aandacht voor de Molukse zaak bij de Nederlande regering te forceren. Manusama was een slanke, uiterst nette leraar wiskunde die weliswaar heilig geloofde in het recht op onafhankelijkheid van de Molukken, maar absoluut ongeschikt was voor het bestormen van barricaden. Hans stelde zich voor hoe hij met veel omhaal van woorden en duizend verontschuldigingen de Nederlandse minister-president om een paar seconden aandacht zou vragen en schreef het in een monoloogje op.
Hij liet het tekstje aan Rinus Ferdinandusse lezen met een "Is dit misschien iets?" Rinus las de vijftien regeltjes met aandacht en toen gebeurde er iets onverwachts: Rinus lachte. Geluidloos weliswaar, maar onmiskenbaar. Hij liep met het papier weg en gaf het aan Jan Blokker die net binnenkwam. En die nam het mee.
Aangemoedigd door dit succes stortte Hans zich opnieuw op de kranten en bedacht een visuele uitleg van het begrip Wiebeltax, de wet op flexibele belasting die zojuist door het kabinet was geïntroduceerd.
Op een wip zouden aan de ene kant 5 als heren geklede mannen moeten gaan zitten en aan de andere kant 5 als arbeiders-met-de pet geklede mannen. Ze zouden dan wat op en neer moeten wippen, totdat op een bepaald moment - als hun kant van de wip op de grond was - de heren snel zouden afstappen zodat de arbeiders naar beneden smakten en een tuimeling maakten.
Of dit een goede beschrijving van de Wiebeltax was, wist Hans niet, het betreffende krantenbericht was niet erg helder, maar het tafereel paste in elk geval in de geest van de tijd.
Ook dit ideetje ging via Rinus naar Blokker.
Opgelucht zette Hans zichzelf in de ruststand, twee stukjes satire op één dag leek hem mooi genoeg. Hij had nog één eerder bedachte grap, maar dat kon hij beter voor een volgende keer bewaren. Want misschien kwam er nooit meer iets bij hem los.
Later op die dag zag hij wat er gebeurde als je voor de televisie een ideetje bedacht. Ineens kwam er een dozijn kleine mannen opdraven, deels gekleed in pakken met vest, bolhoed en bretels, deels gekleed in overalls en petten.
Op het toneel was een wip opgesteld en de twee groepen acteerden Hans' grapje met grote ijver een half dozijn keer. Totdat de arbeiders eindelijk naar genoegen van de regisseur over de grond rolden.
Hans keek met schaamte toe: al die moeite voor zo'n klein grapje?
Om kwart over zeven die avond werd de proefaflevering van het satirisch programma live uitgevoerd en ook uitgezonden. Het was niet aangekondigd in de tv-gids en duurde ook maar tien minuten.
Op een kleine monitor zag Hans een aantal scènes zich geluidloos afspelen. Eenmaal thuisgekomen vroeg hij Maja: heb je gekeken?
Ze knikte.
"Was het wat?"vroeg hij. Je kon nooit weten.
Maja aarzelde.
"Ik begreep het niet zo goed," zei ze, "het ging ook wel erg snel allemaal. Maar ik geloof wel dat het leuk was."
Hans wist genoeg. Nooit meer daarna hoorde hij iets van Mister VPRO, het programma was stilletjes gesneuveld. Jaren later, toen hij voor NRC een bundel columns van Jan Blokker mocht recenseren, nam hij wraak: "Blokker heeft nog nooit in zijn leven een gedachte afgemaakt," schreef hij. Het was niet fair, maar het luchtte op.

Terug